Home >> Publiek >> Ziektebeelden >> Parkinson

Parkinson

Wat is de ziekte van Parkinson?

Is een chronische neurologische aandoening, die voor het eerst beschreven is door James Parkinson, een engelse arts in 1817 als shaking palsy.

De ziekte wordt gekenmerkt door een progressieve stoornis van de motoriek, die het dagelijkse leven van de patiënten ernstig beïnvloedt. De oorzaak van de ziekte ligt in het afsterven van hersencellen in de substantia nigra (zwarte stof) in de middenhersenen die de boodschapperstof dopamine produceren. In mindere mate ontslaan er ook tekorten aan andere booschapperstoffen in de hersenen. Dit leidt tot de  bekende verschijnselen als tremoren, pijnlijke spierstijfheid, bewegingstraagheid, een starre gezichtsuitdrukking en lopen met schuifelende pasjes in voorovergebogen houding. Ook verschijnselen van het autonome zenuwstelsel zoals, obstipatie, orthostatische hypotensie (dalen bloeddruk bij staan/lopen), speekselvloed en transpiratie komen voor. Er onstaan in de loop van de ziekte ook vaak psychische symptomen zoals depressie, hallucinaties/psychose en dementie.

De ziekte is niet te genezen, behandeling is gericht op symptoombestrijding in de vorm van medicatie, fysiotherapie, ergotherapie en en psychosociale begeleiding.

Parkinsonismen zijn ziektes / aandoeningen waarvan het klinisch beeld lijkt op de ziekte van Parkinson, maar die een andere oorzaak hebben. Bijvoorbeeld parkinsonisme door medicijnen (antipsychotica), door vasculaire afwijkingen in de hersenen, of hersenziektes als  Lewy-body dementie, multisysteem atrofie en progressieve nucleaire palsy.

 

Websites

 

Rol van de geriater

Geriatrische patiënten hebben veelal problemen van de motoriek/mobilteit. De geriater zal altijd onderzoeken of de ziekte van parkinson of parkinsonisme hierbij een rol speelt en zo nodig de behandeling hierop richten.

Patiënten met de ziekte van Parkinson die bij de geriater komen bevinden zich meestal al in een gevorderd stadium van de ziekte, waarbij naast de motorische symptomen ook psychische en autonome symptomen aanwezig zijn. De medicatie kan dan tot ernstige bijwerkingen leiden en zal hieraan  zorgvuldig aangepast en soms ook gestaakt moeten worden. Problemen als psychoses, dementie, vallen, slik- en eetproblemen en verhoogde zorgbehoefte spelen in deze fase van de ziekte een belangrijke rol en vragen multidisciplinaire aandacht en advies, waarvoor de geriatrische aanpak bij uitstek geschikt is.